Geen producten in winkelwagen
Menu

Hoe meet ik de kwaliteit van frituurolie?

Het gehalte aan polaire delen en/of DPTG’s is een maatstaaf voor de verouderingsgraad van frituurvet of -olie. Deze stoffen zijn schadelijk voor de gezondheid. Daarnaast geven hoge gehalten aan DPTG smaakafwijkingen aan de gebakken en gefrituurde producten. Uit internationaal onderzoek is gebleken dat er een correlatie bestaat tussen het aandeel polaire delen (TPM, Total Polar Material) en het percentage DPTG (volgens de IUPAC-Methode 2.507). Dus hoe meer polaire delen en/of DPTG’s hoe schadelijker voor de gezondheid en hoe meer smaakafwijking. Deze correlatie tussen is door verschillende buitenlandse onderzoekers bevestigd.

Hoe meet de FOM330 de kwaliteit van de frituurolie?

De grens van 13% DPTG ( = 24% polaire delen) wordt algemeen aanvaard als de bovengrens waarbij frituurvet en -olie dermate is verouderd dat smaak en voedselveiligheid niet meer gewaarborgd zijn.
Het voordeel van de FOM 330 is dat u op snelle en eenvoudige wijze inzicht kunt krijgen in de verouderingsgraad van frituurvet. De FOM 330 frituurvetmeter meet het percentage polaire delen. Dit percentage is om te rekenen naar het percentage DPTG’s door gebruik te maken van onderstaande tabel.

Interpretatie van de meetresultaten
Polar Compounds (TPM)                          0 2 4 8 10 12 14 16 18 20 22 24 26 27
DPTG 0 0 1 3 4 5 6 8 9 10 12 13 15 16

De wettelijke norm DPTG-stoffen

De wettelijke norm voor DPTG-stoffen in Nederland bedraagt maximum 16% gewichtsprocent.
(bron: Voedsel en Waren Autoriteit, Den Haag).

In België is dit maximum 10% gewichtsprocent of  25% gewichtsprocent polaire delen.
(bron: Koninklijk besluit van 22 januari 1988 betreffende gebruik van eetbare oliën en vetten bij frituren)

Toelichting: wij maken u erop attent dat de officiële laboratoriumtest een afwijking heeft van ± 2,5%.

Wenst u op de hoogte te blijven?